Preken Compilaties Artikelen

Handenoplegging

In Hebreeën 6:1-2 staan zes fundamenten van de leer van Christus. Dit zijn zes fundamenten voor de leer van een volgeling van Jezus. Deze fundamenten zijn:

  • Bekering van dode werken
  • Geloof in God
  • Leer van dopen
  • Oplegging van de handen
  • Opstanding uit de dood
  • Eeuwig oordeel

 

In dit stuk wil ik het 4e uitwerken: het opleggen van de handen. Hoe weten wij wat de Hebreeën-schrijver hiermee bedoelt? Eigenlijk is het heel simpel: gewoon kijken naar wat de Bijbel over dit onderwerp zegt.

 

Zegenen

In het leven van Jezus komen wij het opleggen van handen regelmatig tegen. Zo ook wanneer er op een dag kinderen bij Jezus worden gebracht.
 

Markus 10:15-16
Voorwaar, Ik zeg u: wie het Koninkrijk van God niet ontvangt als een kind, zal het beslist niet binnengaan.
En Hij omarmde hen en terwijl Hij de handen op hen legde, zegende Hij hen.

 

We lezen dat Jezus kinderen omarmden, hen de handen oplegde om hen te zegenen.

Zegenen betekent een gebed (Mattheüs 19:13) waarbij je bidt dat iemand gezegend wordt.

Als je iemand zegent dan spreek je goed over die persoon, je hebt een verlangen dat die persoon verder komt, dat iemand het goede zal ontvangen. Jezus Christus deed dit bij kinderen, wat laat zien dat Hij betrokken is bij kinderen. Maar Hij zegende hen niet op afstand, maar omarmde ze en legde hen de handen op. Dit laat een diepe betrokkenheid zien en een groot verlangen dat zij het goede zouden ontvangen.

Wanneer wij elkaar dus willen zegenen zouden we elkaar de handen op kunnen leggen tijdens het uitspreken van de zegen / gebed.

 

Genezing

In het leven van Jezus zien we ook veel genezingen en bevrijdingen en in sommige gevallen legt Hij hen ook de handen op terwijl Hij bid (of proclameert) dat zij genezen zullen worden.

 

Markus 6:5
En Hij kon daar geen kracht doen, maar Hij legde slechts enkele zieken de handen op en genas hen.

 

Hier staat dat Hij mensen genas ‘door handenoplegging’. Het lijkt mij logisch dat Hij ook gebeden of iets gezegd heeft (ziekte bestraft of geboden weg te gaan), maar toch staat hier nadrukkelijk dat Hij hen de handen oplegde en dat de zieken genezen werden. Opnieuw laat dit een betrokkenheid zien. Jezus was niet iemand die genas om heel geestelijk te lijken, maar vanuit een persoonlijke bewogenheid en betrokkenheid.

Ook in Lukas 4:40 zien we dat Hij IEDER de handen oplegde en genas.

 

Lukas 4:40
Toen de zon onderging, brachten allen die zieken hadden, door allerlei kwalen gekweld, deze zieken bij Hem; en Hij legde ieder van hen de handen op en genas hen.

 

Andere teksten zijn bijvoorbeeld Lukas 13:13 en Markus 8:23.

Ook in het leven van de discipelen van Jezus zie je dat ze (soms/regelmatig) de handen oplegde om mensen te genezen.

In Markus 16 zien wij dat Jezus de discipelen roept om het evangelie te verkondigen en dan zegt Hij dat een aantal zaken de discipelen van Jezus zullen volgen.

 

Markus 16:18b
Op zieken zullen zij de handen leggen en zij zullen gezond worden.

 

“Op zieken zullen zij de handen leggen en zij zullen gezond worden”. Wat een grote belofte van Jezus.

Maar ook in Handelingen zien we dit regelmatig terugkomen, bijvoorbeeld wordt Paulus door handenoplegging genezen (Handelingen 9:12+17) en Paulus die de Vader van Publius genas door handenoplegging.

Als er dus iemand ziek is en deze persoon verlangt naar gebed, dan zou je ook (wel even vragen of die persoon dat goed vind) de handen op kunnen leggen tijdens het bidden.

 

De volheid van de Heilige Geest

In het leven van de eerste gemeente (in het Bijbelboek Handelingen) zien we dat mensen ook de handen oplegde wanneer ze baden dat iemand ‘de Geest zou ontvangen’ oftewel: dat iemand vervuld zou worden met de Heilige Geest.

 

Handelingen 8:17
Toen legden zij hun de handen op en zij ontvingen de Heilige Geest.

 

Hier zien we twee van de ‘twaalf’ die de handen oplegde bij de gemeente in Samaria en bad dat zij ‘de Geest zouden ontvangen’. God verhoorde hun gebed en al deze mensen werden vervuld met de Heilige Geest. Deze zegen (de Heilige Geest en Zijn volheid) is voor ieder persoon die bij Jezus Christus hoort, en hier werd Hij uitgestort op mensen toen hen de handen werd opgelegd en zo voor hen werd gebeden.

 

Handelingen 9:17
En Ananias ging heen en ging het huis binnen; en na hem de handen opgelegd te hebben, zei hij: Saul, broeder, de Heere heeft mij gestuurd, namelijk Jezus, Die u verschenen is op de weg waarlangs u gekomen bent, opdat u weer ziende zou worden en met de Heilige Geest vervuld zou worden.

 

Hier zien wij dat Ananias (een gewone volgeling van Jezus) de handen gaat opleggen op Paulus OPDAT hij gezond zou worden en opdat hij vervuld zou worden met de Heilige Geest. Het bidden voor de volheid van de Geest (met handoplegging) is dus niet alleen voor leiders en apostelen, maar ook voor ‘normale’ discipelen die Jezus van harte volgen.

 

Handelingen 19:6
En nadat Paulus hun de handen opgelegd had, kwam de Heilige Geest op hen; en zij spraken in vreemde talen en profeteerden.

 

Ook Paulus bad voor mensen onder handenoplegging, opdat zij de Geest ‘over hen zou komen’ en zij ook vervuld zouden worden met de Heilige Geest.

 

Laten wij het voorbeeld volgen van de eerste gemeente, door voor mensen te bidden dat zij vervuld worden met de Heilige Geest en wees dan niet bevreesd om de handen op te leggen (als zij dat ook goed vinden). Praktisch gezien bid ik zelf altijd met handenoplegging voor de mensen wanneer ze gedoopt worden, omdat je ziet dat wanneer men zich bekeren en zich laten dopen, dat de belofte van de Geest dan ook vrijuit beloofd wordt in Handelingen 2:38.

 

Gaven van de Geest

Niet alleen wordt er voor de (vervulling met de) Geest gebeden met handenoplegging, maar ook opdat er gaven van Gods Geest vrij zouden komen.

 

Wij lezen dit bij Timotheüs. Hij was een jonge broeder die geroepen was om met Paulus mee te gaan en om dus een soortgelijke bediening te ontvangen als Paulus (apostel). Maar voor deze bediening zijn er gaven nodig, want deze bediening is er één waarbij je op elk front aangevallen zou worden, waarbij er grote verantwoordelijkheid op je schouders zou rusten en vele gemeentes geraakt zouden worden (zowel positief als negatief).

 

1 Timotheüs 4:14
Veronachtzaam de genadegave niet die in u is en die u gegeven is door profetie, met handoplegging door de raad van ouderlingen.

 

De oudsten die Timotheüs uitgezonden hebben, hebben geprofeteerd en hem de handen opgelegd waardoor hij een bepaalde gave kreeg. Hier was ook Paulus bij die hem ook de handen heeft opgelegd (2 Timotheüs 1:6). Ze profeteerde waardoor hij bemoedigd, opgebouwd en vermaand werd (1 Korinthe 14:3 zegt dat dit de VRUCHT is van profetie). Maar zij legde hem dus de handen op en het gevolg was dat hij een bepaalde gave kreeg. Wij weten dat dit de gaven van de Geest zijn en niet van onszelf, maar door deze handenoplegging, gebed en profetie gaf de Geest hem een bepaalde bekwaamheid die hij nodig had in de bediening. Paulus legt wel verantwoordelijkheid bij Timotheüs neer dat hij deze gaven niet moet veronachtzamen (onbelangrijk achten), maar juist deze gave moet inzetten en gebruiken.

 

In het oude testament lezen wij ook iets moois hierover.

 

Deuteronomium 34:9a
Jozua nu, de zoon van Nun, was vol van de geest van wijsheid; want Mozes had zijn handen op hem gelegd.

 

Hier zien we dat Mozes de handen oplegt op zijn opvolger Jozua, opdat hij de ‘geest van wijsheid’ zou ontvangen. Om het volk te leiden heeft hij wijsheid nodig en deze wijsheid is een gave van de Heilige Geest (zie ook 1 Korinthe 12:8). Het gevolg is dat het volk wil luisteren naar Jozua. Dus deze daad van handenoplegging was niet alleen om iets aan Jozua te geven (gave van wijsheid), maar ook om het volk te laten zien dat hij de nieuwe leider zou zijn. Dat brengt ons op een volgende reden om iemand de handen op te leggen.

 

Aanstelling

Om bij Jozua te blijven lezen we de volgende tekst in Numeri.

 

Numeri 27:18-20
Toen zei de HEERE tegen Mozes: Neem Jozua bij u, de zoon van Nun, een man in wie de Geest is, en leg uw hand op Hem. Plaats hem voor de priester Eleazar en voor heel de gemeenschap, en draag voor hun ogen het bevel aan hem over. Leg een deel van uw waardigheid op hem. Dan zal heel de gemeenschap van de Israëlieten naar Hem luisteren.

 

Hier wordt Jozua een man genoemd die al vol is van de Heilige Geest. Maar Mozes moet hem de handen opleggen en zo werd Jozua de nieuwe leider van het volk. Hij werd dus aangesteld als leider, door handen oplegging van Mozes voor het oog van het hele volk.

 

In het nieuwe testament zien wij dat ook wanneer er diakenen (= dienaren, mannen die vol zijn van de Geest en die praktische dienst zullen verlenen aan de gemeente, zodat de apostelen zich kunnen richten op gebed en het onderwijs van de mensen).

 

Handelingen 6:6
Zij leidden hen vóór de apostelen, en die legden hun, nadat zij gebeden hadden, de handen op.

 

De apostelen stelde deze mannen aan (die herkend waren als Geest-vervuld door de gemeente) door publiekelijk voor hen te bidden en hen de handen op te leggen. Diakenen worden dus aangesteld door gebed van de leiders van een gemeente (in dit geval de apostelen) die hen de handen opleggen. En dit behoort dan wel publiekelijk te gebeuren, zodat iedere betrokkene hiervan op de hoogte is.

 

Met betrekking tot oudsten aanstellen zien wij niet letterlijk dat hen de handen opgelegd worden, maar wij zien wel dat deze mannen uitgekozen werden, er voor hen gebeden en gevast werd (Handelingen 14:23) en zij zo werden aangesteld. In 1 Timotheüs zie je dat Paulus Timotheüs nieuwe oudsten laat aanstellen (hoofdstuk 3) en dat hij in hoofdstuk 5:22 zegt dat Timotheüs niet te snel iemand de handen op moet leggen. In hoofdstuk 5 vanaf vers 17-21 gaat het duidelijk over oudsten en daarom is het voor mij overtuigend genoeg dat ook bij het aanstellen van oudsten de handen opgelegd werden.

 

Het is dus goed om nieuwe leiders en dienaren met verantwoordelijkheid de handen op te leggen om voor hen te bidden en hen ‘te bevestigen’ in de gemeente.

 

Uitzenden

Ook bij het uitzenden van mensen (bijvoorbeeld zendelingen) zien wij dat er de handen opgelegd werden. Bij het kopje “gaven van de Geest” zagen we dit al bij Timotheüs, maar ook in Handelingen lezen we dit.

 

Handelingen 13:3
Toen vastten en baden zij, en nadat zij hun de handen opgelegd hadden, lieten zij hen gaan.

 

In Handelingen 2 sprak de Heilige Geest tot een groep mannen (leraars en profeten, ik neem aan dat dit de leiders van de gemeente in Antiochië waren) m.b.t Paulus en Barnabas dat zij afgezonderd (uitgezonden) moesten worden. Dit sprak de Geest terwijl zij aan het vasten (en dus ook aan het bidden) waren. Dat is al een goede les voor ons: het is goed om geregeld te vasten.

 

Maar dan staat er dat ze nadat deze roeping van Gods Geest kwam tijd namen om nog meer te vasten en te bidden. Tijdens het gebed legde zij hen de handen op en lieten hen gaan. Ik denk dat ze de handen oplegde om te bidden voor Gods leiding en bekrachtiging (zie kopje: gaven van de Geest), maar ook om hen daadwerkelijk uit te zenden met de zegen van de Heer.

 

Conclusie

In de Bijbel komt handen opleggen voor bij:

  • Zegening
  • Genezing
  • Het ontvangen van de (volheid van de) Heilige Geest
  • Het ontvangen van gaven van de Geest
  • Aanstellen van leiders en diakenen
  • Het uitzenden van mensen voor een specifieke taak

Deze gewoonte zien we in een bepaalde mate terug in de kerkgeschiedenis, al gebeurt het in onze tijd weinig wanneer wij bidden voor genezing of het ontvangen van de Heilige Geest of Zijn gaven. Ik verlang ernaar dat dit gebruik meer en meer vorm zal krijgen in de gemeente van Jezus Christus in Nederland en dat wij ook in dit optiek Bijbels en krachtig zullen zijn.


Waarschuwing

Er is de afgelopen 100 jaar een grotere interesse gekomen in de volheid van de Heilige Geest en vele mensen zijn op zoek naar meer van de Geest. Anderen zijn ziek en gaan op zoek naar genezing. Ik zie dat veel hongerige mensen daarom naar conferenties of gemeenten gaan om zich daar de handen op te laten leggen. Vaak gaan deze zaken gepaard met vreemde manifestaties. Mensen gedragen zich na het ‘ontvangen van de zegen’ alsof ze dronken zijn, gaan schudden / maken rare bewegingen of beginnen dierengeluiden te maken. Deze manifestaties zijn niet Bijbels en gaan zelfs tegen Bijbelse principes in (bijvoorbeeld: onderdeel van de vrucht van de Geest is zelfbeheersing volgens Galaten 5:22). Wij zien deze manifestaties niet bij de bediening van de Heere Jezus en ook niet bij de bedieningen van de discipelen in de Bijbel. In bepaalde religies (Hindoeïsme en Boeddhisme) zien we deze manifestaties wel terugkomen. Om deze redenen geloof ik dat wij deze manifestaties dienen af te wijzen en dat het goed is om na te denken door wie jij jou de handen op wil laten leggen. Wij hoeven niet bang te zijn als onze gerichtheid is om alleen te ontvangen wat God wil geven.

Ik zelf ben op een conferentie geweest waar ik met ongeveer 300 mensen naar voren ging om voor ons te laten bidden voor de doop in de Heilige Geest. Ik bad “ik wil alleen ontvangen wat van U is” en daarna deed ik mijn ogen dicht en was in gebed. Na ongeveer vijf minuten keek ik om mij heen en lag iedereen plat op de grond wat zij noemden “vallen in de Geest” en er gebeurde allerlei on-Bijbelse rare dingen. Ik was de enige die stond. Ik geloof dat dit de bescherming van God was, omdat ik een jong gelovige was en zaken nog niet zo goed kan onderscheiden. Ik wil dit delen, zodat je niet bang wordt voor handenoplegging. God kan je beschermen, maar pas deze twee principes toe:

  • Onderzoek alle dingen en behoudt het goede. Niet alles wat christelijk heet is ook daadwerkelijk Bijbels. Als er in een conferentie allerlei rare manifestaties gebeuren, onderzoek dan of ze Bijbels zijn. Zo niet: laat niet voor je bidden. En de persoon die voor je wil bidden, onderwijst hij de Bijbelse boodschap? Is hij te vertrouwen?
  • Zoek niet naar een ervaring, maar zoek naar God en Zijn zegen. Heb je in hart het verlangen om alleen te ontvangen wat Hij wil geven, niet wat Hij je niet wil geven.

 

Een aantal extra opmerkingen

  • Vraag toestemming aan de persoon waarvoor je bid of je de handen mag opleggen. Sommige mensen vinden dit niet fijn (soms vanwege hun eigen geschiedenis waardoor ze bang zijn om aangeraakt te worden, maar ook om andere redenen). Als iemand dat niet wil, bidt dan gewoon voor die persoon.
  • Handenoplegging gaat altijd gepaard met uitgesproken gebed, soms ook met vasten.
  • Laat je niet tegen houden door angst om het niet te doen, zeker als je in persoonlijke setting bent. Een gebedssamenkomst waarbij je elkaar vertrouwd kan een goede plek zijn om zo voor elkaar te bidden.
  • Houdt rekening met normen en waarden. Wat ik bedoel is dit: als je iemand de handen oplegt voor genezing is het niet altijd handig om de handen op de desbetreffende plek te leggen, zeker niet bij de personen van het andere geslacht. Ik zelf leg meestal mijn handen op het hoofd en soms – wanneer het iemand is van hetzelfde geslacht - op de schouders. Als ik zou bidden voor de genezing van een knie van iemand van hetzelfde geslacht zou ik mijn hand wel op de knie leggen, maar bij iemand van het andere geslacht zou ik dat niet doen. We mogen hier wel enige vorm van terughoudendheid in hebben.
  • Wees niet teveel gericht op ‘hoe moet ik de handen opleggen’ of op ‘zou het wel werken’, wees gericht om de nood van de ander bij de Heere te leggen.