Gaven voor de opbouw van de gemeente

In 1 Korinthiërs 12 kunnen wij lezen over de gaven van de Geest.  De gaven die hier genoemd worden moeten worden gezien in verband met de lokale gemeente (kerk), het plaatselijke Lichaam van Christus. Veel christenen zien de gaven van de Geest zonder er bij stil te staan dat zij gebruikt moeten worden om een plaatselijk Lichaam van Christus op te bouwen. Daardoor worden zij misleid. Wij moeten op zoek gaan naar de gaven van de Geest, omdat wij anderen beter willen kunnen dienen (Lukas 11:5:13). Velen benadrukken het eerste gedeelte van 1 Korinthiërs 12 (over de gaven), maar vergeten de tweede helft (over het Lichaam van Christus). Weer anderen leggen de nadruk op de tweede helft en negeren het eerste gedeelte. Zij zijn net als hen die de nadruk leggen op de tweede helft van hoofdstuk 11 en ongehoorzaam zijn aan het eerste deel van hoofdstuk 11, waarbij zij opmerken dat het vandaag de dag niet meer voor ons van toepassing is.

Wanneer u de werking van welke gave van de Geest dan ook goed wilt begrijpen, dan moet u ze altijd zien in de context van het dienen van anderen en het opbouwen van het lokale Lichaam van Christus in de plaatselijke gemeente. In vers 13 spreekt Paulus over het wereldwijde Lichaam van Christus, de gemeente wereldwijd (want hij gebruikt het woord “wij”), maar in vers 27 heeft hij het over het lokale Lichaam in Korinthe (hij zegt hier namelijk “jullie zijn het Lichaam van Christus”).

De gaven van de Geest werken in het Lichaam van Christus (de gemeente) precies als de verschillende delen van ons lichaam. Niemand moet een voorkeursrol willen spelen in het lichaam zoals het oog of het oor. “Als het lichaam alleen maar oog was, hoe zou het dan moeten horen? Als het lichaam een en al gehoor was, hoe zou het dan moeten ruiken?” (vers 17). Er moet ook een neus aanwezig zijn. Wij moeten dus niet verlangen naar de gave van iemand anders. Het is God die iemand de tong of een oog maakt binnen het Lichaam van Christus. Hij wil misschien niet dat u een zichtbaar deel bent zoals een tong, maar een onzichtbaar lichaamsdeel zoals een hart, een lever of een nier. Maar al deze onzichtbare delen hebben een zeer belangrijke functie. Sommige delen van ons menselijk lichaam lijken op onze voetzolen - hard en in staat om veel hard werk te kunnen verzetten - andere delen kunnen juist zacht zijn, erg gevoelig en gemakkelijk gewond raken, zoals onze ogen. Wanneer er een stofje in ons oog zit dan kunnen wij daar constant last van hebben. Zo zijn er lichaamsdelen die attractief zijn, maar ook lichaamsdelen die minder attractief zijn, dus verbergen wij die.

Ook in de gemeente vindt men sommigen die erg zichtbaar zijn, zoals een voorganger die regelmatig op het spreekgestoelte staat. Wij kunnen zo iemand vergelijken met de tong, maar de meesten binnen het Lichaam staan nooit op het spreekgestoelte. Dat kunnen bijvoorbeeld bidders zijn; zij die in hun eigen binnenkamer regelmatig voor de voorganger bidden.

Zij zijn vergelijkbaar met het hart dat het bloed rondpompt zodat de mond in staat is om te spreken. Beide delen zijn even belangrijk. De mond kan niet spreken wanneer het hart er geen bloed naar toe pompt. Het hart zal echter stoppen wanneer de mond niet open gaat en voedsel eet. Het hart is afhankelijk van de mond en de mond is afhankelijk van het hart. Dus welke gave van de Geest u ook heeft, vergeet dan niet dat u uw broeder nodig heeft en dat hij u nodig heeft. Die broeder kan een onzichtbaar deel zijn zoals het hart, wat door niemand gezien of gewaardeerd wordt, terwijl u een broeder kunt zijn die zichtbaar is, zoals de ogen of de handen.

Er zijn veel gaven van de Geest, er is echter geen onderlinge competitie, maar alleen samenwerking. “Er zijn apostelen, ten tweede degenen die Gods woord doorgeven en ten derde leraren. Dan zijn er die wonderen doen en anderen die de gave hebben zieken te genezen. Er zijn helpers en leiders en sommigen die vreemde talen spreken” (vers 28). Allemaal zijn ze op gelijkwaardig niveau nodig voor de opbouw van de gemeente. Er is niemand die de gave van iemand anders nodig heeft, en niemand kan tegen een ander zeggen: “Ik heb jou niet nodig, ik kan alles zelf wel doen” (vers 21).

Heeft u het ooit meegemaakt dat uw linkerhand jaloers is op uw rechterhand? De kans bestaat dat uw rechterhand belangrijke brieven heeft geschreven of bankoverschrijvingen heeft ondertekend, maar is uw linkerhand hierbij ooit jaloers geweest en denkt: “Het is altijd de rechterhand die dat soort dingen mag doen en ik krijg nooit dat soort belangrijke dingen  te doen”. Stelt u zich nu eens voor dat uw rechterhand op een dag gewond raakt en dik in het verband of gips zit, zal de linkerhand dan zeggen: “He, dit is mijn kans om dat soort belangrijke zaken te regelen”. Wanneer de linkerhand de bankoverschrijvingen nu zou ondertekenen, dan zal het niet op uw handtekening lijken, en de bank zal het niet accepteren en wordt u misschien nog beticht van valsheid in geschrifte! Maar wat zal de linkerhand wel doen? Hij zal al het mogelijke doen om de rechterhand zodanig te ontlasten dat deze weer snel herstelt is en zijn werk, zoals het ondertekenen van belangrijke papieren en bankoverschrijvingen, weer volledig kan doen.  Dit is de manier waarop het Lichaam van Christus zal moeten functioneren. Wanneer u een broeder of zuster ziet die andere gaven heeft, onthoudt dan dat, hoe hard u ook werkt en uw best doet, u niet in staat bent om zijn of haar bediening te dupliceren, want het was God Die hem of haar de gave gegeven heeft. Het is voldoende wanneer één deel van het lichaam (de rechter hand) alle handtekeningen plaatst. Overal waar jaloezie of competitie heerst in het Lichaam van Christus, dan komt dat omdat gelovigen niet beseffen wat het Lichaam van Christus betekent.

Soms hebben mensen mij de vraag gesteld: “Broeder Zac, waarom legt u altijd zo de nadruk op heiliging en balans in het Lichaam van Christus?” Ik antwoord dan met de volgende vraag: “Waarom houdt een nier zich alleen bezig met het zuiveren van het bloed en het balanceren van de chemicaliën in de nier en niets anders”? Omdat dat de functie is die door God aan de nier is toebedeeld. Wanneer de nier stopt met het functioneren dan sterft u. De nier kan echter niet functioneren zonder de hand en de mond. Wij hebben elkaar nodig. Evangelisatie is vergelijkbaar met een hand die een aardappel in de mond stopt, met andere woorden, een ongelovige de weg naar Christus wijzen. Maar is dat voldoende? Nee, nadat de ongelovige Christus heeft aangenomen moet iemand anders het overnemen. De aardappel moet gekauwd worden door de tanden en gaat daarna naar de maag, waar zuur wordt toegevoegd zodat het wordt verteert. Tenslotte wordt het, na veel meer processen, een deel van het lichaam. Op dezelfde wijze moet een nieuwe gelovige  “afgebroken”, klein en nederig gemaakt worden om voorbereid te worden voor zijn opdracht binnen het Lichaam van Christus. Op deze manier wordt hij een actief deel van het Lichaam van Christus, de gemeente.

Stelt u zich nu eens voor dat de aardappel in de mond of in de maag blijft en niet verteert wordt. Dan zult u het na een poosje uitspuwen. Dus moet de evangelist de bekeerde doorgeven aan de leraar of herder (Efeziërs 4:11). Welke van deze bedieningen is het meest noodzakelijk? Ondanks dat er een bepaalde hiërarchie is in de gaven van de Geest met apostel, profeet en leraar als eerste, tweede en derde gave van de Geest (1 Korintiërs 12:28), zijn alle gaven gelijkwaardig nodig. Wij moeten dus nooit proberen om ons de bediening van iemand anders  toe te eigenen, maar werk in plaats daarvan met elkaar samen. Wanneer u op een gegeven moment deze waarheid ontdekt, dan zal u dat volledig bevrijden van jaloezie, competitie en onrust.

 

Statistieken


1666preken
158compilaties
110artikelen