Principe #20: Het normale christenleven steunt op de Geest

Als iemand het boek Handelingen leest, is het werk van de Heilige Geest in de eerste christengemeenten overduidelijk op elke bladzijde aanwezig. Wanneer je het werk van de Heilige Geest weghaalt uit het boek Handelingen, dan heb je bijna niets meer over. Hij bekrachtigde de eerste discipelen “om de wereld in rep en roer te brengen.” 

De plaatsen in de wereld waar de gemeente zich vandaag de dag het snelste uitbreidt zijn die plaatsen waar Jezus’ volgelingen overgegeven zijn aan en bekrachtigd worden door de Heilige Geest. Dit zou ons niet moeten verrassen. De Heilige Geest kan meer verrichten in tien seconden dan dat wij dat kunnen verrichten in tienduizend jaar met onze eigen inspanningen.  Het is daarom van essentieel belang dat de discipelmakende leider begrijpt wat de Schrift ons leert over het werk van de Heilige Geest in de levens en in de bedieningen van de gelovigen.

In het boek Handelingen vinden we regelmatig voorbeelden van gelovigen die gedoopt zijn in de Heilige Geest en bekrachtigd zijn voor hun bediening.  Het zou verstandig zijn om dit onderwerp te bestuderen, zodat wij, indien mogelijk, kunnen ervaren wat zij hebben ervaren en dat wij van de wonderlijke ondersteuning van de Heilige Geest kunnen genieten, waarvan ook zij deelgenoten waren. Hoewel sommigen beweren dat zulke wonderlijke werken van de Heilige Geest alleen in de tijd van de eerste apostelen voorkwamen, vinden we geen bijbelse, historische of logische ondersteuning voor deze mening. Het is een theorie die voortkomt uit ongeloof.  Diegenen die geloven wat Gods Woord belooft, zullen de beloofde zegeningen ervaren.  Zoals de ongelovigen Israëlieten het beloofde land niet binnengingen, zo zullen ook diegenen die Gods beloften vandaag de dag niet geloven niet binnengaan in alles wat God voor hen bereid heeft.  Tot welke categorie behoort u?

“Er is verscheidenheid van genadegaven, maar het is dezelfde Geest. Er is verscheidenheid van bedieningen, en het is dezelfde Heere. Er is verscheidenheid van werkingen, maar het is dezelfde God, Die alles in allen werkt.

Aan ieder echter wordt de openbaring van de Geest gegeven tot wat nuttig is voor de ander. Want aan de één wordt door de Geest een woord van wijsheid gegeven en aan de ander een woord van kennis, door dezelfde Geest; en aan een ander geloof, door dezelfde Geest, en aan een ander genadegaven van genezingen, door dezelfde Geest; en aan een ander werkingen van krachten, en aan een ander profetie, en aan een ander het onderscheiden van geesten, en aan een ander allerlei talen, en aan een ander uitleg van talen. Al deze dingen echter werkt één en dezelfde Geest, Die aan ieder afzonderlijk uitdeelt zoals Hij wil.

Want zoals het lichaam één is en veel leden heeft, en al de leden van dit ene lichaam, hoewel het er veel zijn, één lichaam zijn, zo is het ook met Christus. Ook wij allen immers zijn door één Geest tot één lichaam gedoopt, hetzij dat wij Joden zijn, hetzij Grieken, hetzij slaven, hetzij vrijen; en wij allen zijn van één Geest doordrenkt. Want ook het lichaam bestaat niet uit één lid, maar uit vele.

Als de voet zou zeggen: Omdat ik geen hand ben, ben ik niet van het lichaam, is hij daarom dan niet van het lichaam? En als het oor zou zeggen: Omdat ik geen oog ben, ben ik niet van het lichaam, is het daarom dan niet van het lichaam? Als het hele lichaam oog was, waar zou het gehoor zijn? Als het hele lichaam oog was, waar zou de reuk zijn? Maar nu heeft God de leden, elk van hen afzonderlijk, in het lichaam een plaats gegeven zoals Hij gewild heeft. Als zij alle één lid waren, waar zou het lichaam zijn? Nu echter zijn er wel veel leden, maar is er slechts één lichaam. 

En het oog kan niet zeggen tegen de hand: Ik heb je niet nodig, of vervolgens het hoofd tegen de voeten: Ik heb jullie niet nodig. Ja, meer nog, de leden van het lichaam die de zwakste schijnen te zijn, zijn echter juist zeer noodzakelijk. En aan de leden van het lichaam die wij als minder eervol beschouwen, verlenen wij groter eer en onze oneerbare leden krijgen een grotere eer. Onze eerbare leden echter hebben dat niet nodig. Maar God heeft het lichaam zo samengesteld, dat Hij aan het lid dat tekortkomt, groter eer gaf, opdat er geen verdeeldheid in het lichaam zou zijn, maar de leden voor elkaar gelijke zorg zouden dragen.    

Samen bent u namelijk het lichaam van Christus, en ieder afzonderlijk Zijn leden. God nu heeft sommigen in de gemeente een plaats gegeven: ten eerste apostelen, ten tweede profeten, ten derde leraars, vervolgens krachten, daarna genadegaven van genezingen, vormen van hulpverlening, bestuurlijke gaven, allerlei talen. Zijn zij soms allen apostelen? Zijn zij soms allen profeten? Zijn zij soms allen leraars? Zijn zij soms allen krachten? Hebben zij soms allen genadegaven van genezingen? Spreken zij soms allen in talen? Zijn zij soms allen uitleggers? Streef dus naar de beste genadegaven. En ik wijs u een weg die dit alles nog overtreft.”  

[Opmerking van de uitgever: Het is belangrijk om te begrijpen dat deze passage uit 1 Korinthe volledig toepasbaar is op hedendaagse gelovigen, net zoals dit 2000 jaar geleden het geval was en dat deze gaven nog steeds in werking zijn in het lichaam van Christus vandaag de dag.] 

 

Statistieken


1816preken
184compilaties
120artikelen