Principe #26: Een juiste doctrine maar een verkeerde geest

Er is een Engelse uitdrukking zegt: “Je kunt zoveel gelijk hebben dat je het verkeerd gaat doen.” Helaas waren er in de kerkgeschiedenis mensen die het voor honderd procent goed hadden in hun doctrines, maar het in de praktijk fout deden. Het doel van het christenleven is om God de Vader, God de Zoon en God de Heilige Geest lief te hebben en te kennen. Het gevolg hiervan is dat wij het eeuwige leven ontvangen door de Zoon, wat een heerlijke en persoonlijke relatie met de drie-enige God ten gevolge heeft. In deze relatie hebben wij Hem lief, aanbidden en gehoorzamen wij Hem en ervaren wij Zijn liefde en zorg voor ons. 

Geleerden en theologen kunnen over God schrijven en Hem toch niet kennen door ervaring.  Doctrines die van zulke mensen komen, zullen in veel gevallen gelovigen leiden in academische studies over God, maar niet tot de echte ervaring van Hem. Goede doctrines kunnen ons voorzien van fundamentele principes die gebaseerd zijn op een correcte interpretatie van Gods Woord, maar alleen de meest fundamentele doctrines zijn noodzakelijk in het verenigen van het lichaam van Christus (de gemeente). Te veel doctrines brengen verdeeldheid zonder dat ze van wezenlijk belang zijn voor het geloof.  Doctrines die geworteld zijn in termen, idealen en uitleggingen, die door een mens zijn bedacht, kunnen een gelovige zelfs wegleiden van de Heere Zelf. Goede doctrines zijn nuttig, maar het groeien in het volgen van de Heere Jezus is belangrijker.  Hoewel er een bijbels bevel is om het karakter van God en Zijn wegen te bestuderen, roept God ons niet alleen op om theologen te zijn, maar om discipelen te zijn die alles wat Jezus onderwees in praktijk brengen. “Nu kiezen christenen hun gemeente uit gebaseerd op bepaalde doctrines. Het hebben van de juiste theologie is belangrijker geworden dan het hebben van de juiste levensstijl, allemaal omdat een bijbels model is afgeschaft.” 

Een herlezing van het Nieuwe Testament met dit in ons achterhoofd helpt ons om duidelijk te zien dat het denken en de levensstijl van christenen in veel landen is veranderd. De effecten van humanisme, secularisme, materialisme en vermaak hebben doctrines van satan naar de gemeente gebracht,  wat resulteert in valse gemeenten die goddeloze voorgangers accepteren die in zonden leven en die nieuwe doctrines zoals het welvaartsevangelie prediken.  

Sommige gemeenten en denominaties misbruiken Gods wonderen om geld te verkrijgen. Andere gemeenten, denominaties en veel bijbelscholen ontkennen dat de wonderen van God plaatsvonden en ze beweren dat de kracht en de wonderen van God niet meer van toepassing zijn in deze tijd. In sommige landen is het getuigen van Christus ernstig afgenomen om geen inbreuk te maken op de godsdienstvrijheid van anderen of er wordt zelfs helemaal gezwegen. Als dit van ons geldt, dan zijn we echt de lauwe gemeente geworden waar Jezus over sprak. Hij zal ons uit Zijn mond spuwen tenzij we ons bekeren.  We moeten terugkeren naar de principes en doctrines van de eerste gemeenten om die in de praktijk te brengen  en om God beter te leren kennen.

“De Farizeeën zaten in de stoel van Mozes, wat betekende dat ze naar bijbelscholen gingen en hun doctoraatdiploma hadden en veel nauwkeurige kennis hadden. Jezus zei zelfs tegen Zijn discipelen dat ze alles moesten doen wat de Farizeeën onderwezen en dus moet wat de Farizeeën onderwezen goed zijn geweest. Maar zij gehoorzaamden niet aan alles waarvan ze wisten dat het goed was.”  Als we onze kennis niet met gehoorzaamheid combineren zal dat overal om ons heen geestelijke dood en onheil brengen. Redding betekent niet een doctrine kennen of alle nuances van de redding begrijpen. Redding is het ervaren van de persoon: de Heere Jezus Christus.  Wanneer Paulus de apostel het Evangelie predikte, had hij geen specifieke lijst van doctrines, maar hij predikte Christus en presenteerde Hem aan de mensen.  “Niet een doctrine, religie of catechismus, maar een Persoon, een buitengewoon groot en waardevol Persoon, deze meest vooraanstaande Christus.” 

“Als ‘Christus alles’ voor u is, dan bent u christenen; en ik, voor één, ben bereid om u de rechterhand van broederschap te geven. Het maakt mij niet uit welke plaats van aanbidding u bijwoont, of bij welke kenmerkende naam u zich noemt, wij zijn broeders; en daarom denk ik dat we elkaar lief moeten hebben. Mijn vrienden, als u niet allen die de Heere Jezus Christus liefhebben, kunt omarmen, ongeacht tot welke denominatie zij behoren en hen niet kunt beschouwen als uw broeders in de Heere, en als behorend bij de universele gemeente, dan is uw hart niet groot genoeg om naar de hemel te gaan.”  Moge dit de ervaring zijn van allen die beweren de juiste doctrines te hebben: dat zijzelf Gods liefde, eenheid en alle aspecten van Zijn karakter in overeenstemming met het Woord van God vertegenwoordigen. Het bewijs zal zijn dat we elkaar liefhebben.  De wereld zal dan weten dat we Zijn discipelen zijn. 

 

Statistieken


1602preken
131compilaties
108artikelen