Principe #29: Rijk zijn in barmhartigheid

In veel van hun brieven, beginnen de apostelen met de prachtige zin: “Genade en barmhartigheid”.  Als God veel van Zijn brieven op deze manier begint, dan zouden wij dat ook in onze eigen correspondentie met anderen in het lichaam van Christus moeten doen. Aan het begin van het boek Judas lezen we: “Mogen barmhartigheid en vrede en liefde voor u vermeerderd worden.”  Vinden we het gemakkelijk om anderen barmhartigheid in overvloed te wensen of veroordelen we snel? Iemand die anderen gemakkelijk beoordeelt, heeft het perspectief verloren op Gods barmhartigheid voor hem. Want het is door genade en barmhartigheid dat we door het bloed van Gods Zoon gered zijn. In het boek Titus staat: “Niet op grond van de werken van rechtvaardigheid die wij gedaan zouden hebben, maar vanwege Zijn barmhartigheid.”  

Wanneer we meer en meer naar de problemen van een ander kijken en minder naar die van onszelf, bevinden we ons op een gevaarlijke plaats in onze wandel met de Heere. Onze Heere Jezus gaf onderwijs over barmhartigheid in de gelijkenis uit Mattheüs 18. Helaas eindigt het met de veroordeling van de slechte dienstknecht die geen barmhartigheid toonde, maar daarentegen anderen onderdrukte: “Had ook u geen medelijden moeten hebben met uw medeslaaf, zoals ik ook medelijden met u had?”  Vragen wij van anderen wat wij zelf niet verwezenlijken?

Zoals Jezus tegen de Farizeeën zei, beschouwt God rechtvaardigheid, barmhartigheid en trouw veel belangrijker dan het geven van tienden, offers en heilig leven voor de ogen van anderen. We hebben een openbaring van de Geest nodig over hoe belangrijk en cruciaal barmhartigheid voor de Heere is. Dan zullen we dit als een kostbaar geschenk zien om met anderen te delen: “Je hebt de belangrijke zaken van de wet, rechtvaardigheid, barmhartigheid en trouw, nagelaten. Je zou de laatste dingen in de praktijk moeten brengen, zonder de eersten te verwaarlozen.”  Wanneer we zoeken om dichter bij God te zijn, moeten we Zijn wijsheid en de vrucht van Zijn Geest begeren. Deze kenmerken zijn vol van barmhartigheid; ze zijn ondergedompeld in barmhartigheid. Jezus onderwees ons dat wij onze vijanden lief behoren te hebben.  Door grote barmhartigheid te betonen, zouden we ons best moeten doen om ervan verzekerd te zijn dat er geen scheiding tussen anderen en ons ontstaat. Moge het ons getuigenis zijn dat we zo vol van barmhartigheid zijn zoals God vol van barmhartigheid is. 

We zouden onszelf er constant aan moeten herinneren dat wij vergeving ontvangen hebben en van daaruit grote barmhartigheid moeten betonen aan alle andere gelovigen. Als we dat niet doen en we beginnen anderen te veroordelen en te beschuldigen, zal de Heere toestaan dat wij op deze aarde in de gevangenis van ons hart leven:

“Toen riep zijn heer hem bij zich en zei tegen hem: Slechte slaaf, al die schuld heb ik u kwijtgescholden, omdat u mij dat smeekte. Had ook u geen medelijden moeten hebben met uw medeslaaf, zoals ik ook medelijden met u had? En zijn heer, boos als hij was, gaf hem aan de pijnigers over, totdat hij alles wat hij hem schuldig was, betaald zou hebben.” 

“Spreek zó en handel zó als mensen die geoordeeld zullen worden door de wet van de vrijheid. Want onbarmhartig zal het oordeel zijn over hem die geen barmhartigheid heeft bewezen. En de barmhartigheid triomfeert over het oordeel.” 

Moge God Zijn lichaam vullen met een krachtige eenheid wanneer we zien op Christus, onze Opperherder terwijl we Zijn liefde, zorg en barmhartigheid naar anderen toe nastreven. Hoewel we radicaal en vurig kunnen zijn en de Bijbel beter kunnen kennen dan wie dan ook, laten we onszelf niet misleiden maar ons christenleven bewijzen door daden: door grote liefde en barmhartigheid te tonen aan alle zondaren en aan het lichaam van Christus, onze broeders en zusters. 

 

Statistieken


1602preken
131compilaties
108artikelen