Principe #44 (Noord-Korea): De prijs om deel te zijn van de gemeente

Een getuige uit het Noord-Koreaanse leger, die later christen werd, rapporteerde het volgende: “Het team werd er opuit gestuurd om een snelweg te verbreden. Toen ze een leegstaand huis vernielden, vonden ze een bijbel en een notitieboekje met 25 namen (één geïdentificeerd als voorganger, twee als voorgangersassistenten, twee als oudsten en twintig andere namen), kennelijk van deelnemers van een christengroep. De militaire politie-eenheid onderzocht het en pakte de 25 personen zonder formeel arrestatiebevel op. De 25 werden naar het wegbouwterrein gebracht. Er verzamelden zich vier rijen van toeschouwers. De vijf leiders werden aan handen en voeten gebonden en moesten voor een stoomwals liggen die op het bouwterrein gebruikt werd om de rijweg vlak te maken. De andere twintig christenen werden aan de kant gehouden om toe te kijken. Tegen de veroordeelden werd gezegd: ‘Als je jouw geloof in de steek laat en alleen Kim Il Sung en Kim Jong Il dient, zul je niet gedood worden.’ Niet één van de vijf sprak een woord. De stoomwals begon over de vijf leiders te rollen. Sommigen van de naaste christenen die bijeengekomen waren om de executie te zien huilden, schreeuwden het uit of vielen flauw op het moment dat de broeders onder de stoomwals werden verpletterd.” 

Waarom moest dit gebeuren vragen we ons af? Het bloed van de martelaren doordrenkte de grond. De soldaat die getuige was van de executie kon het niet begrijpen. Later vond hij Jezus vanwege het getuigenis van deze 25 christenen, die gebruikt zijn tot redding van zijn ziel. Ieder persoon is gemaakt naar het beeld van God. De ziel van iedere persoon heeft een grotere waarde dan al het goud, zilver, de diamanten en het olie in deze wereld. Want wat baat het een mens, als hij heel de wereld wint en aan zijn ziel schade lijdt? Jezus legde Zijn leven af voor al de zondaren in deze wereld. Moeten wij ons leven dan niet afleggen, zodat anderen het eeuwige leven zouden ontvangen?

De soldaten namen de andere twintig gevangenen mee naar Noord-Koreaanse gevangeniskampen, of beter gezegd vernietigingskampen. Vanwege de 'drie-generaties-regel' is het zeker dat hun ouders, ooms, tantes en kinderen ook opgezocht en opgesloten zijn. Over het algemeen zullen deze familieleden naar vernietigingskampen gestuurd worden, ongeacht of het gelovigen zijn of niet. Het gemiddelde vonnis voor een gevangenenvernietigingskamp is vijftien jaar. De gemiddelde tijd dat een persoon overleeft in een vernietigingskamp is vijf jaar. Een gevangene beschreef haar ervaring: 

“Ik wil dat de wereld weet van de wreedheid waarmee wij geconfronteerd zijn in de Noord-Koreaanse gevangenenkampen. Ik werd gedwongen om naar het Yodok gevangenenkamp te gaan. Ik bracht daar negen lange jaren door. Ze behandelden ons slechter dan dieren. Zelfs dieren hadden een beter leven dan wij hadden. De dingen die mij zo verdrietig maakten — en toch ook zo woedend — was het feit dat zij ook mijn ouders en kinderen in het Yodok gevangenenkamp zetten. Alleen omdat ik een christen was, werden mijn vader, moeder en de hele familie gevangengezet. Het deed mij zo veel pijn dat ze mijn kinderen als dieren behandelden. Wat ze deden maakte mij zo boos. Ik wil dat de hele wereld weet wat zij deden.” Ze zei dat zij en haar familieleden gedwongen werden om zowel dag als nacht deel te nemen aan het zware werk. Voor haar vader was het meer dan hij lichamelijk kon verdragen. “Eerst verloor ik mijn vader in het Yodok gevangenenkamp,” zei ze. “Ik moest zijn lichaam in een stromat wikkelen omdat er geen doodskist was. Niet lang daarna stierf ook mijn moeder aan ernstige honger. Ze was volledig uitgehongerd. Toen ik ook mijn kinderen verloor, was mijn hart gebroken en ik voelde me verdrietig en ellendig. Het deed me zo veel pijn. Ik zal het zien van zo veel dode, verhongerde lichamen, opgestapeld rond de velden en bergen van Yodok nooit vergeten. Ik wil het de hele wereld vertellen.” 

Een andere getuige zei: “We waren in voortdurende angst. Zelfs de minste schending bracht een verkleining van ons portie voedsel. Het voortdurend honger hebben was de ergste tragedie. Hier at ik mijn eerste muis. Ontsnappingspogingen worden gestraft met de dood. Het verzaken van je werk betekende executie door het executiepeloton. Diefstal of het wegnemen van voedsel betekende ook executie door het executiepeloton. Ongehoorzaamheid wordt bestraft met de dood. Weglopen wordt gestraft met de dood en het niet rapporteren van anderen die probeerden te ontsnappen, betekent ook de doodstraf.” 

Een overlevende vertelde: “Een grootmoeder, oom en zusje werden naar een vernietigingskamp gebracht als deel van de zuivering van de drie generaties. Iedereen was zo krachteloos, zwak, droeg dunne vodden en was zo mager dat je botten en ribben kon zien en iedereen huiverde van de kou. Zonder voedsel begonnen ze langzaam te sterven.”

“Want aan u is het uit genade gegeven in de zaak van Christus niet alleen in Hem te geloven, maar ook voor Hem te lijden.”  De gift om te lijden is een voorrecht. God zal ieder van hen een martelaarskroon geven, die de kroon van het leven genoemd wordt, wat een eeuwige beloning is:

“Wees niet bevreesd voor wat u lijden zult. Zie, de duivel zal sommigen van u in de gevangenis werpen, opdat u verzocht wordt. En u zult een verdrukking hebben van tien dagen. Wees trouw tot in de dood, en Ik zal u de kroon van het leven geven.” 

“En zij hebben hem overwonnen door het bloed van het Lam en door het woord van hun getuigenis, en zij hebben hun leven niet liefgehad tot in de dood.” 

De roep van het evangelie is voor iedereen vrij om aan te nemen en te geloven.  Jezus Christus zei dat we vrij mogen komen tot Zijn boodschap van redding. Toch heeft het vereenzelvigen met Jezus Christus en Zijn volgelingen een prijs.  Dit is geen boodschap die gepredikt of begrepen wordt in naties waar geen directe vervolging is. De eerste gemeente in Handelingen bloeide enorm door de Heilige Geest waardoor zij vele zielen binnenhaalde (zelfs drieduizend op de eerste dag dat de gemeente er was).  Verderop in die passage staat: “En de Heere voegde dagelijks mensen die zalig werden, aan de gemeente toe.”  Toch zien we dat te midden van de opwekking, wanneer ze elkaar openlijk in de zuilengang van Salomo  ontmoeten: “En van de anderen durfde niemand zich daar bij hen aan te sluiten, maar het volk had grote achting voor hen.”  Of het door iedereen begrepen werd of niet, er was een gevoel dat het aansluiten bij deze groep vervolging, geschillen of zelfs de dood zou betekenen, omdat deze groep in opstand kwam tegen het religieuze systeem van die tijd. 

Jezus Christus Zelf was meer geïnteresseerd in discipelen dan in bekeerlingen.  Wanneer grote menigten zich vergaderden, deed Hij de scherpste uitspraken, waardoor de meesten het zouden opgeven Hem te volgen.  De apostel Paulus zei tegen Timotheüs, die een jonge apostel was in vele gemeenten: “En ook allen die godvruchtig willen leven in Christus Jezus, zullen vervolgd worden.”  Daarom moeten we in onze samenkomsten als doel hebben discipelschap aan te moedigen dat spreekt over de prijs van het volgen van Christus.  “Toen zei Jezus tegen Zijn discipelen: Als iemand achter Mij aan wil komen, moet hij zichzelf verloochenen, zijn kruis opnemen en Mij volgen.’”  Op deze wijze Jezus volgen zal ons veel kosten. 

Een getuigenis van een gelovige uit de ondergrondse kerk in Noord-Korea zou ons erg moeten aangrijpen en uitdagen. De prijs van het openlijk belijden van Christus betekent de dood: “Velen in het Westen zijn zich niet bewust van het lijden dat Noord-Koreaanse broeders en zusters moeten doorstaan. In Noord-Korea worden mensen die in God geloven en daarna gevangengenomen worden, door de regering van Kim Jong Un gedood, samen met drie generaties van hun familie. Het maakt gelovigen niet uit of ze gedood worden. Echter, omdat hele families gedood kunnen worden, volgen veel gelovigen Jezus in het geheim, maar weten daardoor niet wie nog meer een gelovige is.” 

Men schat dat er op dit moment 100.000 christenen in Noord-Korea zijn, waarvan er 40.000 in vernietigingskampen zitten. Daarbij zijn er 300.000 christenen, die voorheen in Noord-Korea waren, maar die nu vermist worden. Velen verlieten Noord-Korea en werden vluchtelingen in China, Zuid-Korea, Mongolië en in andere naties. Velen hebben hun leven gegeven tijdens de verschrikkelijke vervolging die vandaag de dag nog steeds doorgaat.

 

Statistieken


1602preken
131compilaties
108artikelen