Principe #46 (Noord-Korea): Ontmoeten in huisgemeenten

Het aantal huisgemeenten in Noord-Korea wordt op tienduizend geschat. Uitgaande van een aantal getuigenissen is de gemiddelde grootte van een ondergrondse huisgemeente drie of vier personen.

Zulke huisgemeenten zijn ontwikkeld vanuit voornamelijk drie bronnen: 
1) Gelovigen die de Koreaanse oorlog hebben meegemaakt. Vandaag de dag zijn dit de grootouders of overgrootouders die trouw zijn gebleven aan het geloof onder traumatische vervolging, terwijl zij in grote verborgenheid al zestig jaar of langer onze God aanbidden. Zij delen het Woord van God en van Jezus met hun familie en anderen, gebaseerd vertrouwensrelaties.
Als voorbeeld: een christenvrouw had een christenmoeder die de samenkomsten tot 1947 bijwoonde en die haar bijbel sindsdien gehouden heeft. Of een vriend van haar die al deze tijd is blijven luisteren naar Far Eastern Broadcasting.
2) Anderen werden christen terwijl zij het evangelie hoorden in China of Zuid-Korea en daarna terugkeerden naar Noord-Korea. Zij delen dan weer het evangelie met hun families. Als voorbeeld: een vrouw nam een bijbel mee terug uit China. Thuis lazen zij en haar moeder de Bijbel in het geheim onder een kleed. Zij luisterde ook naar een christelijk radiostation uit Zuid-Korea en vertelde haar oudere zus en haar echtgenoot over het evangelie.
3) Anderen werden gelovigen door levensriskerende evangelisatie door hun zusters en broeders. 

Bijvoorbeeld, een vrouw in de gevangenis zag nooit georganiseerde christenen in aanbidding, maar in de gevangenis was er een vreemde vrouw, die ongeveer zestig jaar oud was, en tot God bleef bidden om haar te redden. God deed een wonder en ze werd vrij gelaten. Dit liet de getuige denken: “Deze God moet alles kunnen en werkelijk bestaan.” 

Huizen en andere geheime plaatsen zijn soms de enige mogelijkheid voor Noord-Koreaanse gelovigen om samen te komen. Bij ontdekking riskeren ze namelijk niet alleen hun eigen leven, maar ook die van drie generaties van hun familie.

In veel landen hebben christenen toegang tot grote kerkgebouwen om in samen te komen, maar toch is het vreemd hoe weinig deze gebouwen worden gebruikt, voornamelijk maar een paar uur per week!  De gemeente in Noord-Korea komt op elke mogelijke plaats in het geheim samen, maar met name in hun huizen. Wanneer de groep groter wordt dan twaalf personen, splitsen ze om een nieuwe huisgemeente te vormen.

“Tijdens de Koreaanse oorlog in het begin van de jaren vijftig, vluchtten de meeste christenen of naar het Zuiden of werden gevangen genomen en gemarteld, en kerkgebouwen werden platgewalst. Er zijn 40.000 christenen in de kwan-li-so (strafarbeidkolonie) van de geschatte 200.000 politieke gevangenen die zonder proces gevangen zijn gezet. De levens van gevangenen bestaan uit buitengewoon zware arbeid en zij leven in onmenselijke omstandigheden in voortdurende bijna-verhongering.” 

Hier een ander krachtig getuigenis van een gelovige die Noord-Korea verliet en nu met de ondergrondse kerk samenwerkt: 

“Christenen in Noord-Korea verdragen het meeste lijden in de wereld. Zelfs onder zulke ontberingen voorziet God hen van het geloof, de kracht en de moed om te volharden. God is met hen en geeft hen de hoop op de hemel. Dat is de reden dat Noord-Koreaanse christenen vragen om gebed en de waarde kennen van het samen voor God staan in gebed.” 

Ons verlangen is dat wij, zoals de Noord-Koreaanse gelovigen, leren om elkaar te ontmoeten in kleine groepen van gelovigen om het Woord met elkaar te delen en vaak van huis tot huis te bidden.  Onder de streep kunnen we zeggen: wat maken gebouwen uit? Gods volk waar God met Zijn Geest in woont, is immers de ware tempel.  Een afhankelijkheid van gebouwen om samen te komen, kan ongezond zijn en problematisch blijken wanneer er vervolging komt. 

Hier is een voorbeeld van hoe dit verwezenlijkt kan worden. Onlangs hoorden we van een voorganger van een gemeente in Amerika die zich door de Heere geleid voelde om twaalf andere voorgangers in zijn gemeente aan te wijzen die op de woensdagavonden toezicht zouden houden op twaalf verschillende huisgemeenten. Zij komen nog steeds allen samen op zondagmorgen om de voorganger te horen onderwijzen, maar deze kleine groepen handelen ook als werkende gemeenten. De voorgangers van de kleine groepen zijn misschien niet zo goed getraind of bekwaam vanuit menselijk perspectief, maar deze dienende leider zag het hart van God om broeders en zusters op te doen staan om het lichaam van Christus te bemoedigen en te leiden.

Wij geloven dat het volgen van het voorbeeld van deze voorganger niet alleen zou helpen om grotere gemeenten voor te bereiden op vervolging (wanneer we niet vrij op grotere plaatsen kunnen samenkomen) maar het moedigt ook meer discipelschap, evangelisatie en groei in het lichaam van Christus aan. Dit vereist geen overdreven organisatie of planning, maar eenvoudigweg een stap in geloof om de leiding van de Heere te vertrouwen om door meer dan één leider in het Woord van God te voorzien. Alle voorgangers van kleine groepen en mensen zouden zich nog steeds onderwerpen aan het geestelijke leiderschap en overzicht van de hoofdvoorganger. 

Moge God beginnen met het leiden en sturen van het leiderschap in vele grote gemeenten om dezelfde stappen te nemen van voorbereiding op de komende vervolging.  

 

Statistieken


1602preken
131compilaties
108artikelen