Principe #49 (Noord-Korea): Het delen en onthouden van de Schrift

Een christenvrouw vertelde: “Ze vonden mijn handgeschreven bijbelverzen. Drie generaties van mijn familie werden meegenomen naar de gevangenis van het vernietigingskamp. Onder hen waren mijn ouders, mijn man en mijn kinderen. Ik heb nooit meer iets van hen gehoord. Gevangeniskamp is een hel.” 

Een vrouw van in de zestig wist van acht christenen die in het geheim in groepen van drie en vier samenkwamen om handgeschreven bijbelverzen te lezen. 

Een vluchteling vertelde: “Vaak kwamen de autoriteiten zonder waarschuwing naar ons huis toe. Dat doen ze altijd. Het was niet omdat we christenen waren. Het was omdat ze de mensen bang willen maken en om er zeker van te zijn dat zij geen problemen zullen veroorzaken. Dit is hun manier om er zeker van te zijn dat iedereen de Noord-Koreaanse leider aanbidt. Op de momenten dat ik bijbelverzen met de hand kopieerde, bad ik altijd dat ze niet gevonden zouden worden, omdat het anders de levens van mijn familieleden in gevaar zou brengen.”

“De christenen in Noord-Korea vrezen voortdurend om ontdekt te worden. Er wacht een zware straf wanneer zij schuldig bevonden worden. Dat is enorm heftig, want het betekent de dood! De Noord-Koreaanse regering kan het niet uitstaan dat christenen God aanbidden en zij dwingen mensen om Kim Il-Sung en Kim Jong-Il als goden te vereren.”

Een ander vertelde: “Op een dag kwam de politie naar mijn huis en doorzocht het. Ze vonden bijbelverzen die ik met de hand had gekopieerd. Ze schreeuwden vaak naar me en namen mijn man en kinderen mee. We werden allemaal meegenomen naar gevangeniskampen waar ze ons dood wilden laten werken. Ik ben niet zeker of mijn ouders en kinderen nog steeds de harde arbeid moeten verduren en zelfs of ze nog in leven zijn weet ik niet. Ik bid altijd voor christenen die achtergelaten zijn in Noord-Koreaanse gevangeniskampen, want ik weet dat het leven daar als een hel is.” 

Een andere getuige: “Ik zag drie christenen die publiekelijk geëxecuteerd werden. Het was één vrouw van ongeveer 22 jaar oud en twee mannen van ongeveer 23 jaar oud. Hun misdaad was dat ze Bijbels naar Noord-Korea gesmokkeld hadden.”

Het met elkaar delen van de Schrift is noodzakelijk in de Noord-Koreaanse gemeenten, omdat daar maar weinig Bijbels zijn. Leden van de ondergrondse kerk delen regelmatig bijbelverzen en regels van gezangen die op een stuk papier zijn geschreven. De meeste christenen in andere landen hebben vijf tot tien Bijbels in huis. Maar in Noord-Korea heeft elke gelovige zeer beperkt toegang tot de Schrift. Deze schriftgedeelten worden doorgegeven als kostbare zaken en de meeste teksten worden mondeling gedeeld. Dit is een bijbels gebruik omdat we worden aangemoedigd om onder elkaar te spreken met psalmen, lofzangen en geestelijke liederen  en de Schrift te lezen. 

We kunnen hiervan leren en in onze samenkomsten het Woord vanuit ons geheugen delen. Waarom zouden we de technologie niet gebruiken om het Woord van God te delen door het Woord toe te voegen aan onze e-mails, brieven, sms'jes en in gesprekken met elkaar? Het voortdurend met elkaar delen van het Woord bouwt ons op tot het meest heilige geloof. 

Psalm 119 is het langste hoofdstuk van de Bijbel en roept de wonderen van Gods woord en wet uit. Het zou voor ons een waardevolle praktijk zijn om dit hoofdstuk steeds weer opnieuw te lezen om God toe te staan om in ons opnieuw een bewondering en liefde voor Zijn Schrift op te wekken. Zou jij alle rijkdommen die je hebt, willen verliezen om slechts een kopie van Gods heilig Woord te hebben? De Psalmist zou het waarschijnlijk wel willen, want hij zei: “De wet uit Uw mond is mij beter dan duizenden stukken goud of zilver.” 

Laten wij onze Noord-Koreaanse broeders en zusters navolgen door Gods Woord te behandelen als het meest kostbare bezit dat wij hebben. 

Wanneer we de toekomst en vervolging voor ogen zien, moet het uit ons hoofd leren van de Schrift onze prioriteit worden. In de ondergrondse gemeenten is het uit het hoofd leren van de Schrift geen optie, maar een noodzaak. Wanneer de Bijbels schaars zijn en gevangenschap waarschijnlijk, verlangt de gelovige ernaar om zich voor te bereiden op zulke beproevingen door het Woord van God op te nemen in zijn hart. Dan wordt het ook een grote zegen om de Schrift in ons dagelijks leven met anderen te delen zonder de aanwezigheid van een fysiek exemplaar van de Bijbel.

Zulke gelovigen worden levende bijbels waarin het Woord van God altijd aanwezig is. Wij kunnen veel leren van deze discipline. Door het Woord van God te bestuderen en uit het hoofd te leren, laten wij onze ware liefde voor de Schrift zien. Verlangen wij werkelijk om het Woord te stellen boven onze behoefte aan eten, vermaak en de vele andere dingen die onze tijd in bezit nemen? Moge God in Zijn gemeente, ondanks de vrijheden die wij hebben, een grotere liefde en een groter verlangen naar het Woord aanwakkeren. 

De Bijbel verklaart dat zij ons wapen is: “En neem de helm van de zaligheid en het zwaard van de Geest, dat is Gods Woord.”  Dat is belangrijker dan ons lichamelijke voedsel: “Het gebod van Zijn lippen heb ik niet weggedaan; de woorden van Zijn mond heb ik verborgen, meer dan het mij toegewezen deel.”  Onze vreugde is om in de Schrift te zijn: “maar die zijn vreugde vindt in de wet van de HEERE en Zijn wet dag en nacht overdenkt.”  Gods Woord weerhoudt ons van zonden: “Ik heb Uw belofte in mijn hart opgeborgen, opdat ik tegen U niet zondig.”  Het is ook een licht op ons pad,  een hulp in verzoekingen  en wanneer we op de principes van Gods Woord vertrouwen, hebben we een grote hulp in dit leven. 

Dit getuigenis van Broeder Yun laat ons een grote liefde voor de Bijbel zien. Moge het ons bemoedigen om Gods Woord tot ons te nemen en het te bewaren in ons hart: 

“Yun besloot om te vasten en te bidden om een Bijbel te ontvangen en de daarop volgende honderd dagen at hij alleen één kom gestoomd rijst per dag. Hij riep het uit tot de Heere om een Bijbel. Zijn ouders dachten dat hij zijn verstand verloren had. Op een morgen werd er op de deur geklopt. Twee mannen brachten een Bijbel naar Yun. Yun begon het Woord van God te verslinden. Hoewel hij amper kon lezen, zocht hij elke dag nauwgezet één karakter per keer op terwijl hij vooruitging in de Bijbel. Toen hij klaar was met het op deze manier lezen van de hele Bijbel, begon hij één hoofdstuk per dag uit zijn hoofd te leren. In 28 dagen kende hij het Evangelie van Mattheüs uit zijn hoofd en daarna begon hij aan het boek Handelingen.” 

Hoe begin je praktisch? Leer minstens één vers of een klein gedeelte van de Schrift dat je kunt citeren in evangelisatie. Zo kun je dit dagelijks oefenen terwijl je de Heere vraagt jou een mogelijkheid te geven om met minstens één persoon het vers te delen dat je geleerd hebt. Memoriseer ook verzen die je kunt gebruiken tijdens het bidden in jouw persoonlijke gebedstijd met de Heere. Het op deze manier vanuit de Schrift bidden, kan een geweldige manier zijn om te groeien in de Heere. Het uit het hoofd leren van één Psalm in zijn geheel zal ook heel belangrijk zijn om te kunnen citeren in tijden van verdrukking en vervolging. De schriften getuigen van de werkelijke aanwezigheid van God. Wij moeten geloof hebben dat, wanneer we elk vers uit ons hoofd leren, het spreekt van zaken die werkelijk realiteit zijn en het spreekt van de Persoon van God Zelf.

Moge God ons een verlangen geven om Zijn geschreven Woord te lezen en uit het hoofd te leren zoals nooit te voren.

 

Statistieken


1601preken
131compilaties
108artikelen