Principe #54 (Noord-Korea): Gedenken van de armen

Tijdens het hevigste gedeelte van de Noord-Koreaanse hongersnood, stierven naar schatting twee miljoen Noord-Koreanen van de honger. Dit gebeurde in de jaren 1995-1998. De hongersnood heeft zich in verminderde mate voortgezet en de Noord-Koreanen zijn nog steeds niet in staat zichzelf te voeden. Het Wereld Voedselprogramma moet jaarlijks nog steeds zes tot acht miljoen van de 24 miljoen Noord-Koreanen van voedsel voorzien. 

De overheid ontvangt alle voedselsubsidies en deze worden onder haar controle verspreid. De voormalige leider Kim Jong Il heeft de Noord-Koreanen onderverdeeld in drie categorieën: trouw, twijfelachtig en vijandig. Dit systeem gaat door tot vandaag de dag. Voorrechten, inclusief het recht op eten, worden aan de bevolking gegeven op basis van hun trouw aan de leider. In 1996 verklaarde Kim dat hij bereid is om de andere twee derde van de bevolking van de honger te laten sterven en om het land te herbouwen met slechts het trouwe één derde gedeelte. Toch heeft zelfs het leger van 1,1 miljoen mensen weinig voedsel. Zij beroven dorpelingen van hun laatste voedsel. 

Een vluchteling getuigt: “We zochten naar een manier om onze familie van voedsel te voorzien. De grote meerderheid van de mensen heeft extreme honger. Sommigen aten gras, boomschors en zand. Om daarna naar het toilet te gaan is erg moeilijk. Christenen zijn de laatste die voedsel ontvangen.” 

In plaats van het uitreiken van voedselhulp, bouwde en bezat de leider Kim Jong Il zeventien luxe paleizen, 20.000 films en 10.000 flessen goede wijn. De christenen zijn onderverdeeld in de twijfelachtige en de vijandige delen van de bevolking. Zij lijden veel lichamelijke honger, maar zij kunnen niet leven zonder het lezen van Gods Woord, het bidden en het prijzen van God. 

Binnen de denominationele kerken in veel landen gaan de financiële giften eerst naar de gebouwen en het pastorale personeel. Na deze uitgaven blijft er weinig over voor het geven aan de armen, de zending en andere noden. De ondergrondse kerk in Noord-Korea heeft geen voorgangers met hoge salarissen of gebouwen waar ze voor moeten betalen. Zij zijn ontzettend arm en toch delen zij met elkaar alles wat zij hebben. 

In het Nieuwe Testament was het geven aan de armen geen bijzaak, maar juist één van de hoofdmanieren die Jezus Christus benadrukte in het omgaan met geld.  Ook de apostelen volgden dit patroon en benadrukten dit als één van de tradities en leerstellingen van de gemeente. 

Het gedenken en het liefhebben van de armen is een essentieel onderdeel van het nieuwtestamentische christenleven en in lijn met Jezus Christus´ woorden. Jezus zei: “De armen hebt u immers altijd bij u, maar Mij hebt u niet altijd.”  Dit is dus een voortdurende, door God gegeven, verantwoordelijkheid en bediening van de gemeente. 

We worden vooral door de apostel Jakobus aangemoedigd om zonder partijdigheid liefde te tonen aan de armen in onze samenkomsten:  

“Mijn broeders, heb het geloof in onze Heere Jezus Christus, de Heere der heerlijkheid, zonder aanzien des persoons. Want als in uw samenkomst een man zou binnenkomen met een gouden ring aan zijn vinger, in sierlijke kleding, en er kwam ook een arme man in haveloze kleding, en u zou hoog opzien tegen hem die de sierlijke kleding draagt, en tegen hem zeggen: Gaat u hier zitten op een mooie plaats, en u zou tegen de arme zeggen: Gaat u daar maar staan, of: Ga hier zitten bij mijn voetbank, hebt u dan niet onder elkaar een onderscheid gemaakt en bent u zo geen rechters geworden met verkeerde overwegingen?

Luister, mijn geliefde broeders, heeft God de armen van deze wereld niet uitverkoren om rijk te zijn in het geloof, en erfgenamen te zijn van het Koninkrijk, dat Hij beloofd heeft aan hen die Hem liefhebben? U hebt daarentegen de arme schandelijk behandeld. Zijn het niet de rijken die u overweldigen en slepen juist zij u niet naar de rechtbank? Lasteren zij niet de goede Naam, Die over u is aangeroepen? Als u echter de koninklijke wet volbrengt, volgens de Schrift: U zult uw naaste liefhebben als uzelf, dan handelt u goed. Maar als u met aanzien des persoons handelt, begaat u een zonde en wordt u door de wet ontmaskerd als overtreders.” 

Wij moeten snel leren welk een krachtige kans er voor ons ligt op dit gebied in het juiste gebruik van ons geld. Wanneer huisgemeenten starten met het voornemen dat in plaats van het hebben van een gebouw en een fulltime betaalde voorganger, het geld gebruikt wordt voor de armen, dan zal er zeker een overvloedige oogst zijn van mensen die bereikt zijn voor de Heere. 

 

Statistieken


1601preken
131compilaties
108artikelen