Principe #55 (Noord-Korea): Getuigen en zendingswerk door geloof

Een 22-jarige vrouw keerde terug van China naar Noord-Korea met als doel het evangelie te delen met vrienden en familie. Anderhalf jaar later werd zij gearresteerd, nadat zij ontdekt werd bij het verspreiden van Bijbels en liedboeken. 

Ze werd wreed gestraft alsof ze een terrorist was. Ze moest onder andere 24 uur lang in dezelfde positie zitten zonder te bewegen. Maar door een wonder van God werd ze niet geëxecuteerd. Hij had meer werk voor haar. Op een dag werd een gevangene naar dezelfde gevangenis als waar deze vrouw gevangen zat gestuurd. De nieuwe gevangene was een Noord-Koreaanse spion die werkzaam was in China om Noord-Koreaanse overlopers op te sporen. De voormalig geheime spion had geprobeerd om van China naar Zuid-Korea te vluchten, maar werd gevangen genomen. De nieuwe gevangene vroeg de 22-jarige christen of God bestond en of Hij haar kon vergeven, omdat ze spijt had van wat ze anderen had aangedaan. De christen, die voor maar vierenhalve maand getraind was in China, leidde de spion tot Christus. Daarna schreef ze, om de voormalig spion te helpen, enkele bijbelverzen op papier. 

Getuigen moet in Noord-Korea over het algemeen in het geheim gebeuren. Christenen in Noord-Korea delen het evangelie niet openlijk, omdat het tot onmiddellijke opsluiting, afranseling, marteling en mogelijk de marteldood leidt. Er zijn twee extra factoren die ervoor zorgen dat christenen in het geheim handelen. Het maakt hen niet uit dat zij hun eigen leven verliezen, maar wanneer hun geloof ontdekt wordt, zullen drie generaties van hun familie de doodstraf ontvangen (hun vaders en moeders, hun grootouders, hun ooms en tantes en hun kinderen). Overheidsspionnen worden eropuit gestuurd om hen te vangen. Velen die Christus openlijk belijden, zijn overheidsspionnen en agenten die de leden van de ondergrondse kerk willen vangen. Alleen al het noemen van de Naam van God is genoeg voor een onderzoek, zo niet voor een veroordeling. Uit angst voor elektronische observatie worden alle christelijke gesprekken op geheime plaatsen gevoerd, soms ver weg in afgelegen velden of de gesprekken zijn bijzonder zacht, zo zacht als ademhalen. 

Noord-Koreanen nemen veel tijd om met anderen een vertrouwensband op te bouwen, voordat zij over hun geloof delen. Toch gaat de evangelisatie door, een woord hier en een woord daar. Gods Woord keert niet leeg terug en heeft grote overtuigingskracht. De kracht van de Heilige Geest is met hen die getuigen wanneer zij ware christenen zijn. 

In de concentratiekampen en vernietigingskampen is de evangelieverkondiging openlijker. De verwachting onder de gevangenen is dat zij geëxecuteerd zullen worden of zullen verhongeren. Gevangenen vinden dat wanneer iemand gestorven is, er iemand moet delen dat er eeuwig leven is, wat anderen hoop geeft voor de eeuwigheid; er is immers niets te verliezen. Sommige Noord-Koreaanse christenen geven de voorkeur aan dit lot in vernietigingskampen, omdat ze dan eindelijk in staat zijn om vrij over Jezus Christus als hun Heere te spreken en over de gave van God om het eeuwige leven te geven aan hen die geloven. 

“Want aan u is het uit genade gegeven in de zaak van Christus niet alleen in Hem te geloven, maar ook voor Hem te lijden.” 

“Maar al word ik ook als een plengoffer uitgegoten over het offer en de bediening van uw geloof, ik verblijd mij en ik verblijd mij met u allen. En u verblijdt zich ook daarover; verblijd u dan met mij.” 

Dan zijn er degenen die specifiek door de Heere geroepen zijn. Zij zullen er in het geheim op uit gaan om te getuigen en zending te bedrijven, terwijl ze voor hun noden op God vertrouwen.  Sommigen zullen hun baan en veiligheid opgeven om door heel het land het evangelie te prediken. Het is onbegrijpelijk voor ons dat jonge of oudere mensen hun huis, baan en gemakken van het leven zouden opgeven om het goede nieuws te delen in zo'n dodelijk, martelend en wreed land. Maar deze christenen vertrouwen op de Heere en zij hebben hun eigen leven niet lief, ook als dit de dood tot gevolg heeft. 

Daarom moeten we van de ondergrondse kerk in Noord-Korea leren om keer op keer op God te vertrouwen. In landen zonder christenvervolging moeten wij het evangelisatiewerk doen zolang de nacht nog niet gekomen is. God is bij machte te doen ver boven alles wat wij bidden of denken.  Wij vertrouwen zoveel op de rijkdom en vrijheid in plaats van ons volle vertrouwen in de Heere te stellen. Wij vertrouwen op modieuze hulpmiddelen en niet volledig op de Heilige Geest! 

Laten wij kiezen om de vervulling van de Heilige Geest te zoeken, om de kracht van God te ontvangen, om te getuigen en met vrijmoedigheid te spreken. Wanneer God het dan verkiest, zal Hij ons voorzien van de kracht van de Heilige Geest wanneer wij lijden omwille van het evangelie. 

We moeten onze levens veranderen om als het lichaam van Christus samen te komen, om een dieper begrip en vrees voor het Woord van God te verkrijgen, om ons te bekeren van wereldgezindheid, om ons te bekeren van het zoeken van genot en rijkdom en om ons te bekeren van onze verering van christelijke leiders. We moeten leren om te wandelen in de Geest en zo niet de begeerten van het vlees te volbrengen  en om God opnieuw te vertrouwen om deel te zijn van Zijn groeiende gemeente. 

Een leider van een ondergrondse kerk in Noord-Korea legde uit hoe God Zijn beweging in stand houdt. Hij zei: “Mensen vragen mij: ‘Hoe overleven de christenen in Noord-Korea?’ Zij hebben een geheim. Zij overleven door Gods ingrijpen, bescherming en wonderen. Zij lijden lichamelijk veel honger, maar zij kunnen niet leven zonder het lezen van Gods Woord, het bidden tot God en het prijzen van God. Dat is het geheim van hun overleving!” Dit is hoe de Noord-Koreaanse gemeente overleeft: Zij vertrouwen een God die het onmogelijke doet!

Hoe nodig is het voor ons om vandaag de dag niet te vertrouwen op de arm van het vlees  of op de plannen van mensen , maar op een God Die doet wat voor mensen onmogelijk is. Mogen wij instemmen met de ondergrondse gelovigen die zeggen: “Wij geloven werkelijk in een God van wonderen. Amen!”

 

Statistieken


1602preken
131compilaties
108artikelen