Principe #60 (Iran): Martelaren in hoog aanzien in de gemeente

De gedachte dat iemand die gelooft in Christus wordt gemarteld, is iets wat moeilijk te verdragen is. Toch hebben de Iraanse gelovigen, vanuit een eeuwigheidsperspectief, hoge achting voor degenen die hun levens hebben afgelegd omwille van Christus. Er zijn veel verhalen van martelaren in Iran. Dit zijn er enkele:

Op 19 januari 1994 verdween Haik van de straten van Teheran. De autoriteiten vermeldden zijn dood aan de familie op 30 januari; hij was 26 keer in zijn borstkas gestoken: “Eigenlijk gaf Haik zijn hart twee keer aan Christus. De eerste keer toen hij Christus als Redder in zijn leven nodigde en de tweede keer toen zijn hart van hem werd gescheurd vanwege zijn geloof in Christus.” 

Martelaar Mehdi Dibaj schreef: 

“Ik ben altijd jaloers geweest op die christenen die gemarteld zijn voor Christus Jezus onze Heere. Wat een voorrecht om voor onze Heere te leven en om ook voor Hem te sterven. Ik ben volledig gevuld met vreugde. Ik ben niet alleen tevreden om in de gevangenis te zijn, maar ik ben bereid om mijn leven te geven omwille van Jezus Christus.” 

De Iraniërs Abbas Amiri (voordat Abbas een christen werd, was hij een toegewijde moslim die zelfs een bedevaart naar Mekka had gemaakt) en zijn vrouw Sakineh Rahnama, die een samenkomst van een ondergrondse huisgemeente in hun huis hadden, stierven aan hun verwondingen die zij opliepen toen de geheime politie hun huisgemeentedienst overviel en hen hevig sloegen. Abbas stierf meteen. Zijn vrouw stierf minder dan een week later. Bij de samenkomst waren ook zeven andere mannen, zes vrouwen en twee kinderen. 

Martelaar Mohammed Ali Jafarzadeh werd ter dood gebracht door verhanging in de Evin-gevangenis in Iran.

Martelaar Mohammad Jaberi werd ook ter dood gebracht door verhanging in de Evin-gevangenis in Iran.

Martelaar Ghorbandordi Tourani, een Iraanse huisgemeenteleider, werd vlakbij zijn huis vermoord.

Martelaar voorganger Mohammed Bajher Yusefi, door zijn kudde met liefde ook wel Ravanbaksh (letterlijk: zielgever) genoemd, werd vermoord. Hij had zijn huis verlaten om tijd in gebed te besteden, maar hij kwam nooit terug. De Iraanse autoriteiten deelden later op de avond de familie mee dat zijn lichaam gevonden was terwijl het aan een boom hing in een nabijgelegen bos.

Onlangs werd een broeder in Iran gearresteerd en berecht voor zijn geloof en hij deelde deze aansporing in een brief: “Op de ene dag zijn er intense pijnen na afranselingen in ondervragingen, de volgende dag zijn ze aardig voor je en bieden ze je snoep aan. Alleen deze afwisselingen al maken je een man van staal om door te gaan in het verbreiden van Zijn Koninkrijk. Wanneer je 120 dagen lang doorbrengt in een kamer met een grote lamp die de hele tijd aan staat en daardoor dag en nacht niet scheidt en wanneer je maar een paar minuten per week echt zonlicht ziet, wordt je voor Hem bekwaam gemaakt. Je wordt een werktuig om Zijn Koninkrijk te brengen op een duistere plaats en dan ben je in staat het evangelie van leven en vrede te delen met een stervende wereld. En dit is de plek waar je leert dat je jouw vijanden met heel je hart lief kunt hebben.” 

Het verdriet en de pijn van een gelovige in Christus die gemarteld wordt, is moeilijk te dragen. Toch is er bij de Iraanse gelovigen, vanuit een eeuwigheidsmentaliteit en eeuwigheidsperspectief, glorie en achting voor degenen die hun leven hebben afgelegd voor de zaak van Christus.

Zulke levens zijn niet tevergeefs afgelegd, maar ze bereiden de weg voor de bevordering van het heerlijke evangelie van Jezus Christus. Zoals Tertullianus  in zijn Apologeticum in 200 na Christus zei: “Hoe vaker we neergemaaid worden door jullie, hoe sterker we groeien. Het bloed van Christus is zaad.” Dit zaad wordt vandaag de dag in Iran gezaaid en we moeten een ontzaglijke oogst van zielen verwachten in de komende tijd voorafgaand aan de komst van onze Heere. 

Martelaarschap is een ontnuchterend onderwerp. Misschien zal het ons ontnuchteren tot de plaats waar de gemeente moet zijn. De martelaarsgeest is de geest van het nieuwtestamentische christendom. We moeten het geloof heroveren dat waardig is om voor te leven en te sterven. Christus vraagt van ons een volledige overgave van ons leven aan Hem. Als we ons leven willen behouden, zullen we het verliezen. 

De Bijbel staat vol van getuigenissen van martelaren; vanaf het eerste boek Genesis, waar Abel de eerste martelaar is  tot het einde van het boek Openbaring, waar de laatste martelaren gedood worden voor het getuigenis van Christus.  Van het begin tot het einde van de Bijbel is het martelaarschap niet enkel aanwezig, maar voor elke lezer van de Bijbel zeer in het oogspringend. 

De apostel Johannes geeft ons deze vermaning: “Verwonder u niet, mijn broeders, als de wereld u haat.”  Het zou ons niet moeten verwonderen of verbazen dat de wereld ons haat. Wanneer er kwaadsprekerij, godslastering, verwerping of zelfs gewelddadig handelen over ons komt, zouden we niet verrast moeten zijn. Deze wereld en al zijn inwoners zijn beledigd door het evangelie en door Christus in ons. Ons licht en onze gerechtigheid spreekt van hun komende verdoemenis.  Dagelijks is het in ons leven zichtbaar dat zij op een dag door God veroordeeld zullen worden. 

Hebreeën 11 is niet alleen een hoofdstuk van geloofshelden, zoals velen het noemen, maar het is ook een hoofdstuk van martelaarshelden. “En weer anderen hebben spot en geselslagen verdragen, ja zelfs boeien en gevangenis. Zij zijn gestenigd, in stukken gezaagd, in verzoeking gebracht, met het zwaard ter dood gebracht. Zij hebben rondgelopen in schapenvachten en geitenvellen. Zij leden gebrek, werden verdrukt en mishandeld. De wereld was hen niet waard. Zij dwaalden rond in afgelegen plaatsen en verbleven op bergen, in grotten en in holen in de aarde.”  Deze passage zou, samen met anderen, in ons een grote nuchterheid over dit onderwerp teweeg moeten brengen wanneer we hen zien die ons voorgingen.

Een andere passage die vaak verkeerd wordt uitgelegd en over het hoofd gezien wordt in deze context is te vinden in Romeinen 8: “Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus? Verdrukking, of benauwdheid, of vervolging, of honger, of naaktheid, of gevaar, of zwaard? Zoals geschreven staat: Want omwille van U worden wij de hele dag gedood, wij worden beschouwd als slachtschapen.” 

Evangelischen citeren deze passage om van de grootheid van Gods liefde te spreken; en zeker, Gods liefde is groot, maar helaas hebben we de ware betekenis ervan verkeerd geïnterpreteerd. Paulus spreekt over hongersnoden, gevaren en zwaarden! Zal een zwaard ons van de liefde van Christus scheiden? Of om een modern voorbeeld te geven: zal een pistool die op ons hoofd gericht is ons scheiden van de liefde van Christus? Het antwoord is natuurlijk: nee. Niets zal ons scheiden van de liefde van Christus; zelfs wanneer men ons martelt omwille van die kostbare Naam, zullen ze niet in staat zijn om onze zielen aan te raken. We zijn veilig in Christus' liefde. Alles wat mensen met ons kunnen doen is deze aardse tent vernietigen: het lichaam waar we in leven. Dit was wat de apostel Paulus benadrukt en waar hij op wijst in deze tekst. Martelaarschap is het geheime wapen van de gemeente. Niemand kan de overwinning van Christus’ liefde aan het kruis en de redding van mensen voor Hemzelf wegnemen. 

Duidelijk zichtbaar is dat de climax van met heel je hart Christus volgen, het delen in Zijn einde is: “Martelaarschap is niet een soort zeldzame ervaring voor een paar mensen die niet slim genoeg waren om de gevolgen te vermijden; het is het normale, logische gevolg van geloof in Christus, als we Hem werkelijk navolgen, omdat we in een vijandelijke wereld leven die vijandig is tegen Hem.” 

Moge wij de Heere opnieuw vertrouwen dat Hij vandaag een vurig werk van Zijn Geest in onze levens werkt om Zijn getuigen (martelaren) van het evangelie te zijn. 

 

Statistieken


1602preken
131compilaties
108artikelen