Principe #9: De vroege apostelen streefden niet naar geld

Het christenleven draait niet om geld, maar het gaat om mensen. Helaas is het hedendaagse christendom overspoeld door verkopers die Christus als handelswaar verkopen en de heilige dingen gebruiken om er financieel van te profiteren.  Het behoeft niet veel onderscheidingsvermogen voor een willekeurig persoon uit de wereld om te zien dat de valse leraren geld tot hun god hebben gemaakt.  Maar helaas, gelovigen die geestelijk slapen en die niet op zoek zijn naar de Heere, geven zich over aan dit waanidee, welke massaal tot hen komt.  Valse leraren zijn er in overvloed terwijl de heiligen liggen te slapen. Er moet een bazuinstoot door alle natiën gaan dat God niet te koop is en dat Hij tegen hen is die geld liefhebben en gerechtigheid gelijkstellen aan financieel gewin. 

Het streven naar geld, zelfs in de positie van oudste of prediker,  gaat helemaal terug naar het Oude Testament. Personen als Bileam en anderen zochten bedieningen op vanwege hun hebzucht naar financiële winst.  De Bijbel spreekt van de dwaling  van Bileam, de weg  van Bileam  en de leer  van Bileam. Hij werd ingehuurd en probeerde zijn priesterwerk te doen voor financieel gewin, zelfs door het onderwijzen van dingen die recht ingingen tegen het Woord van God.  Dergelijke huurlingen zijn er in het christendom vandaag de dag helaas in overvloed.

Alle ware medewerkers in de Heere streven nooit naar geld , maar naar Gods zalving om andere mensen te dienen. Velen in onze dagen beweren dat we grote sommen geld nodig hebben om het werk van God te doen, maar dit is onjuist.  God heeft nooit gezegd dat het maken van discipelen uit alle natiën grote hoeveelheden geld vereiste, maar dat het juist opoffering vereist,  wat in sommige gevallen eindigt in de dood als martelaar voor het getuigenis van het evangelie.

In de vroege gemeente was het geven van offers de manier van leven, zoals vermeld in Handelingen: “en zij verkochten hun bezittingen en eigendommen  en verdeelden die onder allen, naar dat ieder nodig had.”  Jezus weerhield de arme weduwe niet van het geven van haar laatste geld. Hij wist dat Zijn Vader voor haar zou voorzien. De vroege gemeente hield speciale collectes voor de armen en de heiligen die in nood waren. Het geven van tienden werd niet gepraktiseerd in de vroege gemeente, maar christenen gaven aan elkaar om degenen in nood te steunen. Zij steunden ook de apostelen en de broer van Jezus die in de bediening waren. 1 Korinthe 13 onderwijst ons dat als we iets zonder liefde doen het waardeloos is.  Als we geven om iets van God te krijgen, is het waardeloos. Als we geven onder dwang, wanneer we echt niet willen geven, is het waardeloos.

In de dagen van Eli de priester, waren zijn twee zonen begerig naar voordeel en gebruikten drietandige vorken om daarmee het beste offervlees voor henzelf te pakken.  “Dit gebeurde in het huis van God. Zij beroofden God van Zijn deel. Wat een zonde. Hetzelfde gebeurt vandaag de dag onder Gods dienaren in Gods huis. De liefde voor geld, de liefde voor macht en de liefde voor roem en naam. Dit zijn de drie grote drietandige vorken vandaag de dag onder Gods volk en Gods dienaren. Veel doen omwille van geld verzadigt nooit. Er worden onjuiste verhalen verteld voor meer geld. Wat een schande om God tot een bedelaar te maken.” 

In vele landen zien we dat er predikers en evangelisten zijn die betaling en een bepaalde levensstandaard eisen.  In het Nieuwe Testament zien we iets tegenovergestelds, waar Paulus de apostel gewillig leed en leefde met minder om anderen te dienen: “Of heb ik zonde gedaan toen ik mijzelf vernederde, opdat u verhoogd zou worden? Ik heb u immers het evangelie van God  om niet verkondigd.” 

In het Nieuwe Verbond zou het geven niet moeten gebeuren door dwang van enige wet of bevel zoals het was onder het Oude, maar men zou zichzelf juist moeten overgeven aan de leiding van de Geest die in overeenstemming met Gods verlangen is.

Hoewel er een dergelijk misbruik is bij voorgangers die hebzuchtig zijn naar geld, doet dat Gods verlangen om hen te voorzien die waarlijk dienen in het evangelie, niet teniet. Het is een principe van het evangelie dat een arbeider zijn loon waard is.  Daarom behoren zij die God dienen als fulltime werkers de Heere te vertrouwen en dan zal het volk van de Heere in hun noden voorzien als ze geleid worden door de Geest. Het geven zou heimelijk en persoonlijk gedaan moeten worden en zou niet verplicht moeten worden. Er behoort dus een verwachting te zijn dat er gegeven wordt, wanneer iemand werkelijk zaait en dient in het evangelie als een fulltime werker die geroepen is door de Heere. Gods ontwerp voor het voorzien in natuurlijke dingen in ruil voor geestelijke dingen gaat namelijk terug naar de tijd van de priesters en Levieten. 

Wanneer er een bepaalde nood rijst in de plaatselijke gemeenschap — of voor een andere reden — kan er een collecte  worden gehouden, maar dit is niet iets dat wekelijks moet gebeuren; dit is eerder iets wat gedaan kan worden op basis van nood wanneer het lichaam van Christus geleid wordt door de Geest. Er werden van tijd tot tijd collectes gehouden door de apostelen zoals het geval was voor de gelovigen in Jeruzalem: “Op elke eerste dag van de week moet ieder van u bij zichzelf iets opzijleggen om op te sparen wat in zijn vermogen is, opdat de inzamelingen niet pas dan gehouden worden, wanneer ik gekomen ben.”  Er kan dus geen wet over het geven van giften zijn en iedere vergadering van het volk van de Heere moet door de Geest geleid worden in deze zaken. Dienende leiders in kleine samenkomsten van gelovigen zouden niet moeten zoeken naar het ontvangen van geld van gelovigen. Alleen degenen die God duidelijk geroepen heeft als fulltime werker zouden moeten verwachten dat de Geest voorziet — door de heiligen — in de benodigde middelen. Terwijl ze zich vrijhouden van de liefde voor geld en terwijl ze tevreden zijn met de voorziening van de Heere in hun levens.  Deze vrijheid in het lichaam om te geven als de Geest daartoe leidt, zal resulteren in meer giften  aan het daadwerkelijke werk van God en aan dingen die werkelijk het Koninkrijk van God bouwen (zoals het geven aan de armen  en aan hen die werkelijk dienen in het evangelie).

 

Statistieken


1602preken
131compilaties
108artikelen